VADEMECUM

 

 

Kampioenschap

 

2007/2008

 

 

 

 

 

Provincie Brabant

 


Inhoudstafel

 

Ř Modaliteiten voor "stijgen en dalen"

            - I.Prov.

            - II.Prov.

            - III.Prov.

   - IV.Prov.

Ř Beker "Peugeot Cup"

         - Principes

         - Schikkingen

         - Reglement

Ř Specifieke modaliteiten reserven- en jeugdreeksen

         - Provinciale reserven

         - Veteranen

         - Jeugdreeksen : Prov-A-B-C

         - Jeugdploegen "1ste jaars"

         - Beker van de Miniemen

Ř Speeldagen 2007/2008

         - Peugeotcup

         - Beker Dames

         - Jeugd-en reserven

Ř Coca-Cola Cup 2007/2008

Ř Aanvraag kalenderwijzigingen

Ř Vriendschappelijke wedstrijden en tornooien

Ř Leeftijdscategorieën


MODALITEITEN

 

VOOR “STIJGEN EN DALEN”

 

 

Ř I.PROV.

 

De eerste geklasseerde stijgt naar Bevordering.

De drie laatst geklasseerden dalen naar II.Prov. plus zoveel dalers boven 1 die dalen uit Bevordering naar I.Prov.

Indien er geen daler is van Bevordering naar I. Prov., zullen enkel de 2 laatste in I.Prov. dalen naar II.Prov.

In elk geval waarin een stijgende club moet vervangen worden of een bijkomende stijger moet aangeduid worden, gebeurt dit uitsluitend op grond van de eindklassering van het kampioenschap.

 

REGLEMENT PERIODEKAMPIOENSCHAP I.Prov.

 

v  Aanduiding 2de stijger in I.Prov.

 

Deelnemers :

Het kampioenschap van de afdeling wordt in drie perioden van elk 10 wedstrijden ingedeeld. De kampioenen van de drie perioden betwisten de nacompetitie tezamen met de club die tweede gerangschikt is in de eindrangschikking van het kampioenschap. Deze vier clubs zijn verplicht aan de nacompetitie deel te nemen.

 

Wedstrijden die in aanmerking komen voor het winnen van een periode :

De kalender wordt opgesteld zodanig dat de thuis – en uitwedstrijden van elke club tijdens iedere periode evenwichtig verdeeld worden. De verhouding 6/4 mag niet overschreden worden.

De wedstrijden die vastgelegd zijn voor een bepaalde periode blijven tot deze periode behoren welke ook de datum zij waarop zij gespeeld worden.

 

Kompetitie :

De nacompetitie wordt zo vlug mogelijk gespeeld na het kampioenschap van de I. Provinciale Afdeling van Brabant en verloopt als volgt :

- Wordt reekswinnaar verklaard, de club die het meeste punten heeft. Bij gelijk aantal punten is het positieve doelpuntenverschil doorslaggevend. Mocht dit eveneens gelijk zijn, wordt de club die op de meest gunstige plaats eindigde in de eindrangschikking reekswinnaar verklaard. In dat geval tellen eerst het aantal bekomen punten, vervolgens het aantal gewonnen wedstrijden en tenslotte het doelpuntenverschil.

- De twee reekswinnaars ontmoeten elkaar in thuis – en uitwedstrijden. Wordt eindwinnaar en dus tweede stijger de ploeg die na de uitwedstrijd het meeste punten heeft. Bij gelijkheid van punten is het positief doelpuntenverschil doorslaggevend. Mocht dit eveneens gelijk zijn, spelen de twee elftallen twee verlengingen van vijftien minuten met kampwisseling na het eerste kwartuur. Wanneer de stand na deze verlengingen nog steeds gelijk is, wordt de winnaar aangewezen door het trappen van strafschoppen zoals voorzien in art.V/19 van het bondsreglement.

 

          Niet-opkomen :

Het art.V/45 van het reglement van de K.B.V.B. is van toepassing.

Niet-voorziene gevallen :

Over niet-voorziene gevallen beslist het Provinciaal Comité van Brabant.

 

v  Aanduiding van de periodekampioen

 

Basisprincipes :

- Na iedere periode wordt een eindklassering opgemaakt. De club met het meest aantal punten is periodekampioen.

- Bij gelijk punten is het aantal gewonnen wedstrijden beslissend en daarna het verschil tussen de doelpunten voor en tegen.

- Mocht dit eveneens gelijk zijn, dan wordt zo vlug mogelijk een beslissende wedstrijd gespeeld op neutraal terrein en eventueel strafschoppen indien nodig. Deze wedstrijd levert geen punten op voor het kampioenschap zelf.

 

De eerste van de eindrangschikking is periodekampioen :

- Wanneer de club die in de eindrangschikking de eerste plaats behaalt, en derhalve automatisch promoveert, tevens periodekampioen is geweest, dan vervolledigt de best gerangschikte club in de eindrangschikking (vanaf de derde plaats) en die geen periodekampioen is geweest het aantal clubs die de nacompetitie spelen.

- Wanneer de eerste gerangschikte twee of driemaal periodekampioen is, moet hij twee of driemaal vervangen worden volgens hetzelfde principe.

 

De tweede van de eindrangschikking is periodekampioen :

Hetzelfde principe is van toepassing.

 

Een periodekampioen daalt naar II.Prov. :

- Ingeval een periodekampioen naar II.Prov. moet afdalen, verliest hij het recht deel te nemen aan de nacompetitie.

- Nummer twee uit te betrokken periode wordt dan als periodekampioen beschouwd. Is nummer twee al kampioen van een periode, wordt nummer drie uit die betrokken periode als periodekampioen beschouwd.

- Dezelfde maatregel geldt indien twee of drie periodekampioenen mochten dalen.

 

Fusie van clubs – ontslag – schrapping :

De modaliteiten voorzien bij art.III/24 van het bondsreglement zijn van toepassing.

 

Vrijkomende plaats(en).

De toekenning van vrijkomende plaats(en) worden aangeduid volgens navolgende criteria :

- de plaats in de eindrangschikking van het kampioenschap;

- het aantal behaalde punten;

- bij gelijk aantal punten, het aantal gewonnen wedstrijden;

- vervolgens het verschil tussen het aantal doelpunten voor en tegen.

 

 

Ř II.PROV.

 

De eerste gerangschikte van elke reeks stijgt naar I.Prov.

De winnaar van de eindronde tussen de 2de geklasseerde stijgt eveneens naar I.Prov.

De twee laatste van elke reeks dalen naar III.Prov.

Een bijkomende daler wordt van ambtswege aangeduid bij de 14de geklasseerden in II.Prov.

 

 

EINDRONDE TUSSEN DE TWEEDE GERANGSCHIKTE VAN II.PROV.

 

Kompetitie :

De tweede gerangschikte van II.Prov. spelen onder mekaar (wedstrijden bepaald door loting – 1 x aan huis, 1 x op verplaatsing).

De ploeg die het meeste punten behaalt, stijgt naar I.Prov.(drie punten voor een overwinning, een punt voor een gelijkspel).

Bij gelijkheid van punten zullen de hiernavolgende criteria in prioriteitsorde doorslaggevend zijn :

- Het doelpuntensaldo tijdens de eindronde (positief – negatief).

- Het resultaat tussen de betrokken clubs (enkel geldig indien er een gelijkheid is

  tussen 2 clubs).

- Het aantal doelen gescoord tijdens de eindronde.

- De ploeg met het meeste aantal punten in haar reeks van de II.Prov.

- Het aantal overwinningen tijdens het kampioenschap van II.Prov.

- Het doelpuntensaldo (positief – negatief) tijdens het kampioenschap van

  II.Prov.

- Het aantal doelen gescoord tijdens het kampioenschap.

 

Niet-opkomen :

Het art.V/45 van het bondsreglement is van toepassing.

 

Niet-voorziene gevallen :

Over niet-voorziene gevallen beslist het Provinciaal Comité van Brabant.

 

BIJKOMENDE DALER BIJ DE 14DE GEKLASSEERDEN VAN II.PROV.

 

De ploeg die de minste punten behaalt in haar reeks, daalt naar III.Prov.

In geval van gelijkheid, zullen de volgende criteria in orde van prioriteit bepalend zijn:

-          Het aantal behaalde overwinningen tijdens het huidige kampioenschap.

-          Het verschil van doelpunten (positief – negatief) behaald tijdens het huidige kampioenschap.

-          Het aantal gemaakte doelpunten tijdens het kampioenschap.

 

Als in de betrokken reeksen het aantal deelnemende clubs niet identiek is, dan zullen het aantal behaalde punten, het aantal gewonnen wedstrijden, het doelpuntenverschil, vervolgens het aantal gemaakte doelpunten tijdens het kampioenschap vermenigvuldigd worden met de volgende coëfficiënt :

 

Aantal gespeelde wedstrijden in de reeks die het grootste aantal deelnemers telt

________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Aantal gespeelde wedstrijden in de betrokken reeks van deze afdeling

 

De decimale entiteiten, lager dan 5 zijn te verwaarlozen; de decimale entiteiten van 5 en meer worden afgerond naar boven.

 

De bijkomende dalers zullen aangeduid worden volgens hetzelfde principe.

 

Niet-voorziene gevallen :

Over niet-voorziene gevallen beslist het Provinciaal Comité van Brabant.

 

 

Ř III.PROV.

 

De eerste gerangschikte van elke reeks stijgt naar II.Prov.

De winnaar van de eindronde tussen de 2de geklasseerde stijgt eveneens naar II.Prov.

De laatste 2 van elke reeks dalen naar IV.Prov.

 

EINDRONDE TUSSEN DE 2DE GEKLASSEERDE VAN DE A, B, C, D, E EN F REEKSEN VAN III.PROV.

 

Kompetitie :

De zes 2de gerangschikte van III.Prov. spelen, na loting, onder de vorm van een kampioenschap zonder terugwedstrijden, een eindronde.

De criteria voor het klassement van deze eindronde zijn in prioriteitsvolgorde de volgende :

- Het aantal behaalde punten.

- Het aantal overwinningen.

- Het doelpuntensaldo (positief – negatief)

- Het aantal doelpunten gescoord tijdens de eindronde.

- Het aantal behaalde punten in het kampioenschap van III.Prov.

- Het aantal gewonnen wedstrijden in het kampioenschap van III.Prov.

- Het doelpuntensaldo (positief – negatief) behaald in kampioenschap van

  III.Prov.

- Het aantal doelpunten gescoord tijdens het kampioenschap.

 

Niet-opkomen :

Het art.V/45 van het bondsreglement is van toepassing.

 

Niet-voorziene gevallen :

Over niet-voorziene gevallen beslist het Provinciaal Comité van Brabant.

 

 

Ř IV.PROV.

 

De eerste geklasseerde van elke reeks stijgt naar III.Prov.

Een eindronde wordt georganiseerd tussen de 2de geklasseerden teneinde eventuele bijkomende stijgers naar III.Prov. te bepalen.  De modaliteiten ervan worden bepaald door het Provinciaal Comité op basis van het aantal reeksen in 4de provinciale.

 

Niet-voorziene gevallen :

Over niet-voorziene gevallen beslist het Provinciaal Comité van Brabant.

 

 

 

 

 

BEKER “PEUGEOT CUP”

 

MODALITEITEN EN REGLEMENT

 

 

Ř PRINCIPES

 

1.    Verplichte deelname van alle 4de, 3de, 2de en 1ste Provincialers.

2.    Kampioenschapformule : elke ploeg speelt 4 wedstrijden in de maand augustus (2 aan huis en 2 op verplaatsing) met een reeks van vijf strafschoppen na elke wedstrijd.

 

Ř Schikkingen

 

1.    De ploegen van de 1ste en 2de Provinciale worden, na loting door het Provinciaal Comité van Brabant, in 2 reeksen ingedeeld (2x 32 ploegen).

2.    De ploegen van de 3de en 4de Provinciale worden door het Provinciaal Comité van Brabant onderverdeeld in Gewestelijke reeksen (elke reeks moet een paar getal ploegen bevatten).

3.     Indien het aantal uit de 4de Provinciale geen paar getal zou zijn, wordt de laatst aangesloten club bij de K.B.V.B. automatisch geweigerd tot deelname.

4.    Na de voorziene 4 wedstrijden gedurende de maand augustus, wordt er in elke reeks een rangschikking opgemaakt, in volgorde van belangrijkheid :

a)    het aantal behaalde punten

b)    het aantal gewonnen wedstrijden

c)    het positieve doelpuntenverschil ((gescoorde – geďncasseerde)

d)    het meest gescoorde doelpuntenaantal

e)    het minst geďncasseerde doelpuntenaantal

f)    het meest aantal doelpunten gescoord op verplaatsing

g)    het minst aantal doelpunten geďncasseerd op verplaatsing

h)    het meest gescoord aantal penalty’s na de 4 wedstrijden

i)     uiteindelijk bij loting door het Provinciaal Comité van Brabant

5.    De 4 eerste gerangschikte ploegen van elke reeks (= 32 ploegen) betwisten de verdere bekercompetitie. Na loting door het Provinciaal Comité van Brabant wordt er dan verder gebekerd op de eerste vrije speeldag, met rechtstreekse uitschakeling.

 

Ř REGLEMENT

 

Art. 1.

De “Peugeot Cup” wordt begiftigd met een beker aangeboden door de Liga der Lagere Afdelingen van Brabant.

 

Art. 2.

De ploegen die hebben deelgenomen aan de finale, evenals de scheidsrechter en de assistent-scheidsrechters die de finale hebben geleid, ontvangen medailles.

 

Art. 3.

Het Provinciaal Comité heeft tot taak :

a)    de kalender van de wedstrijden op te maken

b)    over te gaan tot de loting om de tegenstanders en de terreinen aan te duiden – de wedstrijd dient gespeeld op het terrein van de 1ste aangeduide club door de loting

c)    zich uit te spreken over elk geschil of scheidsrechtersverslag betreffende de uitslag van de wedstrijd

 

Art. 4.

Voor iedere verklaring van niet-opkomen, worden de drie punten van de wedstrijd en vijf doelpunten aan de rechthebbende club toegekend, alsmede een vergoeding van 125 euro.

 

Art. 5.

In het inleidend stadium is er geen verdeling van ontvangsten. Indien een club een wedstrijd moet spelen in het kader van de Beker van België, zal de voorziene wedstrijd van de Provinciale Beker de daaropvolgende woensdag gespeeld worden om 19.00u.

Vanaf de 16de finale wordt de bruto-ontvangst van een wedstrijd in gelijke delen verdeeld tussen de twee tegenstrevers. De bezochte club draagt de verzekeringskosten, de organisatiekosten, de bondsbelasting en de eventuele gemeentetaks, terwijl de bezoekende club haar verplaatsingskosten draagt.

De scheidsrechters- en assistent-scheidsrechtersvergoedingen, de verplaatsingskosten die ten laste van de bond vallen uitgezonderd, worden voor de helft gedragen door beide clubs.

 

Art. 6.

Een vriendenwedstrijd mag niet worden verboden onder voorwendsel dat hij een bekerwedstrijd concurrentie aandoet.

 

Art. 7.

De aansluitingstermijn opgelegd door het reglement voor het deelnemen aan de kampioenschappen wordt niet geëist van de spelers voor het deelnemen aan bekerwedstrijden. De spelers moeten nochtans regelmatig voor hun club aangesloten zijn.

 

Art. 8.

De scheidsrechtersbladen moeten, op straf van boete van 3 euro tot 7.50 euro, naargelang de vertraging, op de dag zelf van de wedstrijd verstuurd worden naar het PROVINCIAAL COMITE, Marathonlaan, 129 te 1020 Brussel

 

Art. 9.

Wanneer een wedstrijd onbeslist eindigt, zal de afrekening tussen de elftallen gebracht worden door middel van strafschoppen zoals voorzien bij art. V./19.2.

 

Art. 10.

De datum en de plaats van de finale worden door het Comité vastgesteld. Elke club zal 5 toegangskaarten voor de finale moeten verkopen. Het bedrag van de verkoop zal automatisch gedebiteerd worden van de rekening courant van de club.

 

Art. 11.

Iedere klacht moet onder aangetekende omslag bij het ALGEMEEN SECRETARIAAT, Houba de Strooperlaan, 145 bus 1 te 1020 Brussel, worden ingezonden, ten laatste de tweede dag, datum van de post is rechtsgeldig, die de betrokken wedstrijd volgt.

 

Art. 12.

Indien een klacht betreffende een vergissing welke door de scheidsrechter wordt begaan bij het toepassen van de spelwetten gegrond wordt erkend, en gezegde vergissing de uitslag van de wedstrijd heeft beďnvloed, zal deze wedstrijd beschouwd worden als geëindigd op gelijk spel. De winnaar zal door loting worden aangewezen.

 

Art. 13.

Indien een klacht betreffende feiten van sportieve aard of kwalificatie van spelers gegrond wordt bevonden en de uitslag van de wedstrijd wordt gewijzigd, wordt de in

het ongelijk gestelde club bij de volgende ronde vervangen door de club die het pleit won en het Provinciaal Comité kan haar een boete opleggen in verhouding met de ontvangsten tijdens de Bekercompetitie verwezenlijkt vanaf de eerste onregelmatig gevonden wedstrijd tot de laatste wedstrijd die zij heeft betwist. De club die het pleit won, wordt eveneens als winnaar van de wedstrijd beschouwd wat de verdeling van de ontvangsten betreft.

 

Art. 14.

Al de beslissingen van het Provinciaal Comité zijn voor geen Hoger Beroep vatbaar.

 

Art. 15.

De scheidsrechters worden aangeduid door de Provinciale Scheidsrechterscommissie van Brabant.

 

Art. 16.

1.    De gekwalificeerde voor de Beker van België worden aangeduid na de wedstrijden van de 8ste finale rekening houdend met het feit dat de stijgers van I Prov naar Bevordering van ambtswege gekwalificeerd zijn voor een deelneming aan de Beker van België.

2.    Ingeval van ex-aequo, zal de gekwalificeerde aangeduid worden in functie van de activiteit van de club gedurende het lopend seizoen.

3.    Indien er nog gelijke stand is wordt de plaats toegewezen naargelang de anciënniteit van de club.

 

 

 

 

 

SPECIFIEKE MODALITEITEN